De striping en huisstijl van de hulpdiensten is verweven met diverse wetgeving. De voertuigen welke als hulpverleningsdienst zijn aangemerkt staan in artikel 29 RVV en worden nader benoemd in de Regeling optische en geluidssignalen 2009. Sinds de invoering van deze regeling in 2009 moeten alle voorrangsvoertuigen van de Politie, Brandweer en ambulancezorg voorzien zijn van de z.g. "OOV striping". Voertuigen van de politie t.b.v. onopvallende politietaken zijn daarvan uitgezonderd. Ondanks dat er verschillende varianten zijn is in de basis het ontwerp en de wijze van weergeven identiek aan elkaar. Daardoor ontstaat er eenduidigheid, herkenbaarheid en veiligheid, zowel binnen een variant als bij het totaal aan varianten. Door het toevoegen van benaming, logo en nummering ontstaat het geheel wat als huisstijl is vastgelegd. Binnen een huisstijl is een mogelijkheid voor primaire of secundaire OOV-striping. Meer informatie vind u op de tabbladen in de rode balk.

Vier varianten

Er zijn vier varianten voorrangsvoertuigen benoemd in artikel 29 van het RVV. Dat zijn politie, brandweer, voertuigen ten diensten van spoedeisende geneeskundige hulpverlening (ambulance) en een groep door de Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen hulpverleningsdiensten. Deze laatste groep, nader benoemd in artikel 1 van de Regeling optische en geluidssignalen 2009, maakt geen gebruik van de OOV-striping, tenzij zij een schriftelijke toestemming van de minister van Veiligheid en Justitie hebben ontvangen. De verplichte uitstraling van voorrangsvoertuigen is ook vermeld in artikel 5 van de regeling optische- en geluidssignalen 2009.

Het combineren van diverse huisstijlen op één voertuig, zowel kleuren als teksten en logo's, is nadrukkelijk niet toegestaan.

​Voertuigen in primaire OOV-striping wordt toegepast op transportmiddelen die voor operationele doeleinden worden ingezet, zoals surveillanceauto's, ambulances, tankautospuiten, ladderwagens, OvD-voertuigen etcetera. Primaire striping m​ag uitsluitend in combinatie met de voor ​de betreffende doelgroep gedefinieerde voorzieningen voor optische en geluidssignalen worden toegepast.​


Naast voertuigen in primaire striping hebben de diensten van politie, brandweer, ambulance en de overkoepelende veiligheidsregio de mogelijkheid om gebruik te maken van secundaire striping. Deze voertuigen worden veelal gebruikt voor ondersteunende werkzaamheden maar kunnen ook uitgerust worden met optische en geluidssignalen (OGS) en dus worden ingezet in het primaire proces van de diensten. Ook kan het voertuig zonder OGS worden uitgerust waarmee het een voertuig is die uitsluitend niet spoedeisende ondersteuning levert. Door de secundaire striping te gebruiken kan er een duidelijk onderscheid worden gemaakt zonder de mogelijkheden voor de uitvoering van haar taak te beperken.  ​