​Definitie

Ambulancehuisstijl wordt als volgt gedefinieerd: het totaal aan aangebrachte onderdelen dat in het montagevoorschrift Huisstijl OOV-diensten wordt benoemd, inclusief de branchespecifieke toevoeging aan het montagevoorschrift, op de in deze voorschriften voorgeschreven wijze geproportioneerd en gepositioneerd, op een transportmiddel dat van de ambulancehuisstijl moet worden voorzien.

Primaire en secundaire striping

Bij ambulancehuisstijl wordt een onderscheid gemaakt in primaire en secundaire striping. De primaire striping mag uitsluitend worden toegepast op operationele voertuigen van de door de minister aangewezen hulpdiensten zoals vermeld in de Tijdelijke wet ambulancezorg (TWAZ) en worden ingezet door de Meldkamer Ambulancezorg (MKA). De primaire striping mag uitsluitend worden aangebracht op voertuigen die optische en geluidssignalen hebben en mogen gebruiken.

De secundaire striping wordt toegepast op voertuigen die worden ingezet voor ondersteunende taken, eventueel in combinatie met een beperkt voorkomende operationele functie. Secundaire striping mag zowel met als zonder de voorzieningen voor optische en geluidssignalen worden toegepast.

Zowel het montagevoorschrift als de officiële stripingtekeningen kunnen worden aangevraagd via het aanvraagformulier op deze site.

Geautoriseerde gebruikers

Onder geautoriseerde gebruikers worden verstaan: de op grond van artikel 6 van de Tijdelijke wet ambulancezorg aangewezen Regionale Ambulancevoorzieningen, alsmede andere hulpverleningsdiensten die zich in opdracht van een meldkamer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Tijdelijke wet ambulancezorg bezig houden met het verlenen van spoedeisende medische hulpverlening. Het gebruik van de ambulancehuisstijl is uitsluitend voorbehouden aan de benoemde doelgroep. Overige aanvragen zijn ter beoordeling van het IFV in samenspraak met Ambulancezorg Nederland.